Tags

, , , , , , , , ,

4 maart 1994
Ik loop al een aantal weken te kreunen en steunen. Niet dat ik weeën heb, was dát maar waar. Nee, ik wacht op de verlossende krampen. Iedere dag, ieder uur, iedere minuut weer.
Oudste kwam precies op tijd. Middelste drie weken te vroeg. Gek dat je er dan maar vanuit gaat dat de derde dan ook wel zo zal komen.
Maar deze heeft de tijd. Meer tijd dan me lief is.
Ik heb het zwaar. Loop al sinds de verhuizing in november van het jaar ervoor met een gescheurde baarmoederband, waardoor ik niet veel meer kan dan aanwijzingen geven en zorgen dat de baby in mijn buik blijft zitten waar het zit. Dat zit kind dat zo letterlijk zou nemen, had ik niet gedacht. Al een week geleden was ik uitgerekend en wat mij betreft mag het komen.
Oudste zit iedere avond tegen me aan op de bank en aait dan over mijn buik. Hij legt zijn oor op mijn buik en luistert ingespannen. ’Baby, wanneer kom je nou?’ We lachen erom, maar ik voel met hem mee.
Middelste klopt er regelmatig op. ‘Hallo? Baby, ben jij daar?’ Hij heeft nog niet echt in de gaten dat het mij wel welletjes is.
Op mijn vraag wat ze liever hebben, een broertje of een zusje, zijn ze heel stellig. Een zusje, een broertje hebben ze immers al! Ik moet er altijd om lachen. Het zou mooi zijn, het zou leuk zijn, nee, het zou fantastisch zijn! Maar ik bereid me ook wel voor op een jongensgezin. Lekker stoer!
In de rij voor de kassa vervloek ik voor de tiende maal die dag mijn rugpijn. Ik heb er geen zin meer in. Ik wil mijn kind. En snel.
Thuis vraagt mijn moeder fijntjes of ik geen weeën kan hebben, met die rugpijn. Ik schud mijn hoofd en leg haar uit dat ik na twee bevallingen ondertussen wel een wee kan onderscheiden van wat rugpijn. Ze haalt haar schouders op en laat het bad vollopen. Een weldadige warmte omarmt mijn lijf.
Als ik een uur later mezelf omhoog hijs houd ik van schrik mijn adem in.
Weeën! En hoe!
Ik kreun, ik strompel. Mijn moeder droogt me af en ik voel me weer klein. Heel klein.
Ruim twee uur later houd ik een prachtig, roze meisje in mijn armen.
Twee jongens kruipen tegen me aan. Eén aan elke kant van mijn lichaam. Zachtjes aaien ze de wangen van hun nieuwgeboren zusje.
Ik ben de gelukkigste moeder van de hele wereld.

4 maart 2012
Vandaag wordt ze 18. Onze kleine, grote meid.
De eerste autorijles heeft ze in de pocket en ik besef me ineens dat het meisje van toen is veranderd in een schitterende jonge vrouw.
Ik had het niet eens in de gaten. Net als haar broers waarschijnlijk.
Nog steeds zijn ze stapel op haar zusje, hoewel het aaien plagen is geworden.
En ik? Ik ben nog steeds de gelukkigste moeder van de wereld.
Trots op alledrie!