Toiletwijsheid

Tags

, , , , , ,

Iedere dag doe ik op onze toilet een nieuwe wijsheid op. Een inzicht. Of krijg ik een ideetje toegereikt. Soms denk ik: Jeetje, dat is stom! Wie heeft dát verzonnen?
Dat laatste gebeurt bij onzinnige dingen als: een cijfer dat voor een rode wijn gegeven wordt (alsof ik een wijn van honderd euro zou drinken) of het citaat uit een interview of boek die nu eigenlijk kant nog wal raakt. Of een tip om vooral je linkerwang te laten fotograferen als je aantrekkelijk gevonden wilt worden, maar juist je rechterwang naar de fotograaf moet toedraaien als je intelligent wilt overkomen. (Ik wil helemaal niet gefotografeerd worden! Dussss….)
Maar soms zit ik me te verbazen over dingen waarbij ik loop te foeteren waarom ik dit niet eerder heb bedacht of geweten! En pas als mijn billen toch wel erg koud beginnen te worden, bedenk ik me dat ik weer eens té lang op de bril heb gehangen.
Een paar nuttige:
* Doe een scheutje glansspoelmiddel (van die afwasmachine ja) in het sopje voor je badkamer. Niet alleen krijgen de tegels een fijne glans, maar ook kalk heeft meer moeite met hechten op de kranen! (een beetje puur glansmiddel op de kranen werkt nóg beter, heb ik ontdekt!)
* Tomatensausvlekken of stiftvlekken? Leg je kleding eerst een nachtje met de vlek naar beneden op het gras. Gras werkt als natuurlijke vlekkenverwijderaar! (heel handig bij mij, als megaknoeier!!)
Ook een paar mooie citaten:
* Weet je, als jij niet bestond, zou ik je uitvinden! (Ramses Shaffy & Liesbeth List)
* Everything will be okay in the end. If not, it’s not the end. (Paulo Coelho)
Dat zijn van doordenkertjes die ik omarm. Die ik liefheb. Waar ik een glimlach van krijg op mijn gezicht. Een hele dag lang!
Vanmorgen draaide ik de nieuwe van deze dag weer eens om.
En deze is anders. Deze laat me niet meer los.
Ik word er een beetje bang van zelfs. Want hoeveel moed heb ik eigenlijk…?

Flow

Excellentie, mag ik u wat vragen?

Tags

, , , , , , , , , , , , ,

‘Wat was uw ambitie toen u net zo oud was als jongste?’
‘Hoe is het om als vrouw aan het hoofd van een – toch wel – mannenorganisatie te staan?’
‘Hoe belangrijk is uw moeder voor u?’
‘Wat heeft u ‘s avonds aan als u een keertje vrij bent en lekker op de bank ploft?’

De vrouw die tegenover jongste en mij zit kijkt ons open aan.
Haar antwoorden zijn eerlijk. Soms serieus omdat de vraag nu eenmaal zo is, vaak schiet ze ook in de lach.
‘Wat hebben jullie ‘s avonds op de bank aan?’ Ze grinnikt over mijn antwoord: ‘oude joggingbroek en slobbertrui!’
‘Ik ook,’ knikt ze. ‘Een knalrode joggingbroek…’ Haar stem daalt een octaaf, alsof ze een grote ontboezeming doet.
Met z’n drieën schieten we in de lach.
We zijn het eens: bankhangen doe je in een oude, maar vooral lekker zittende joggingbroek!

Ik vertel over de uitzending van mijn lief. Jaren geleden.
‘Ik heb weleens gezegd dat een uitzending pas begint als de militair weer thuis is. Beseft u dat er vaak een volledig gezin achter de militair staat die op dat moment in soms gevaarlijk gebied kan zijn?’
Snel neemt ze een slokje water.
‘Hè, ik krijg altijd kippenvel als ik aan dit soort situaties denk,’ zegt ze dan. Ik zie aan haar ogen dat ze het meent. Dat ze het zich inderdaad beseft. En dat ze geraakt wordt door de voorstelling van de situatie.
En dat raakt mij. Maakt dat ik besef dat ik met een vrouw te maken heb.
Een gevoelige vrouw aan het hoofd van een bedrijf dat soms méér dan een moeilijke beslissing moet nemen.
En ik vind haar op dat moment nog stoerder dan ik vanmorgen bij het opstaan al vond.

Het uur vliegt voorbij. Het interview is een geanimeerd gesprek geworden.
Tijdens de fotosessie die volgt op de gang krijgen we de slappe lach.
Alledrie.
Vrouwen onder elkaar.
Met hun zorgen, hun vragen, hun strijd en hun positieve insteek in het leven.
Eigenlijk ben ik wel trots.
Op mijn stoere meisje, op deze stoere eerste vrouwelijke minister van Defensie én op mezelf.
Dat mag.
Van mij, van mijn meisje, van haar.
Ik weet het zeker!

minister 3 minister 1

minister 2

Foto’s: Bram de Graaf Redacteur weekblad Margriet -

Stap voor stap

Tags

, , , ,

Stap voor stap.
Het klonk als een eeuwigheid. Leek een gebed zonder eind.
Maar nu het eindelijk dan zover is zou ik eigenlijk de tijd willen vasthouden.
Terugzetten. Nog eventjes dan.
Omdat ik er nog niet aan toe ben.
Omdat ik af en toe nog steeds wat voel.
Omdat ik nog altijd het gevoel heb dat ik nog niet alles moeiteloos kan.
Omdat het nog stijd en stram voelt.
Omdat…
Nou ja, eigenlijk gewoon omdat ik bang ben! Een schijter eerste klas!
Bang om iets te forceren. Iets kapot te maken dat misschien net geheeld is.
Er is ook een stemmetje dat zegt: ‘Angst is de slechtste regeerder van je ziel. Je blokkeert jezelf nog eens met al die angst van je. Misschien is dit wel het laatste zetje dat je nodig hebt om over dat allerlaatste restje ‘pijn’ heen te komen. Als je het niet probeert, weet je het nooit!’
Een ander stemmetje fluistert vleiend: ‘Over 2,5 maand ben je in de Big Apple. Als jij echt een rondje Central Park wilt rennen, moet je nu gaan trainen. Opbouwen. Stap voor stap.’
En dus toog ik gisteren, onder zachte dwang van mijn lief, naar de specialist en liet me een paar splinternieuwe hardloopschoenen aanmeten. Met demping. Niet te hard. Gemaakt om klappen in mijn rug op te vangen.
En om het helemaal feestelijk af te maken kocht ik er een fleurig shirt bij.
Het nieuwe seizoen mag wat mij betreft beginnen.
Stap voor stap.

big apple

Alle tijd

Tags

, , , , ,

Langzaam laat ik me onderuit zakken in de comfortabele stoel. De badjas als een veilige deken
om me heen. Om mijn voeten heb ik mijn handdoek gewikkeld. Lekker warm.
Met een zucht sluit ik mijn ogen. Het zonnetje op mijn gezicht.
Mijn boek ligt vergeten op mijn schoot. Straks kan ik ook nog lezen. Nu even niet.
Naast me hoor ik mijn lief een tevreden geluidje maken.
‘Ik val in slaap, geloof ik…’ mompelt hij.
‘Hmmm…’ Ik heb niet echt zin om te antwoorden.
Tussen mijn wimpers door gluur ik naar het echtpaar aan de andere kant van de lage tafel.
Ook zij zaten net in het warme zweethok.
Nu zitten ze tegenover ons. Eveneens gehuld in hun badjassen.
Ver in de zestig zijn ze. Als het al geen zeventig is. Sinds ik me bewust ben van mijn eigen
leeftijd lijk ik steeds minder goed in het schatten van die van anderen te zijn.
Nou ja.
De man zit op zijn gemak. Zijn ene been over de andere geslagen. Leesbril op zijn neus, een
tijdschrift in zijn handen. Voor hem op tafel staat een kop koffie. Zojuist heeft hij de laatste hap
van zijn appeltaart genomen.
De vrouw naast hem wiebelt wat heen en weer. Onrustig.
Haar handen bladeren doelloos door een boek, pakken dan een tijdschrift op en zonder echt te
kijken slaat ze de bladzijden snel achter elkaar om.
Haar ogen vliegen door de ruimte, zoeken dan haar man weer op.
‘Hoe laat is het?’
Haar stem klinkt bijna schel en de ogen van mijn lief vliegen even open. Dan sluiten
ze zich weer.
Haar man haalt zijn schouders op. ‘Ik heb geen idee,’ antwoord hij. ‘Alle tijd?’
Ik grinnik in mezelf maar zie ook de geïrriteerde blik van de vrouw. Snel sluit ik mijn ogen weer.
De vrouw wiebelt nog wat en staat dan snel op uit haar stoel.
‘Ik ga wel even kijken,’ zegt ze.
‘Wat?’ Haar man kijkt verstoord op.
‘Ik ga wel even kijken hoe laat het is.’ Haar stem klinkt bits. Dan schiet ze in haar badslippers
en loopt naar de balie.
Ik gluur weer tussen mijn wimpers door.
Haar man kijkt haar na, haalt nog een keer zijn schouders op en pakt dan zijn koffie.
Op zijn gemak roert hij de suiker erdoor en net als hij een slok wil nemen staat zijn vrouw
naast hem.
‘Het is kwart voor vier. We moeten opschieten.’
De wenkbrauwen van de man gaan een tel omhoog.
‘Het begint toch pas om vier uur?’ antwoord hij.
De blik van de vrouw is voldoende om zijn koffie snel achterover te klokken.
Saunaritueel voor de geoefende keel.
Zijn vrouw wacht niet meer. Met een driftige beweging draait ze zich om.
‘Ik wil op tijd zijn voor de opgieting,’ zegt ze. ‘Anders vind ik geen rust.’
Door haar laatste woorden gaan mijn ogen helemaal open.
Ik kijk recht in de ogen van de overbuurman.
Hij lacht verontschuldigend naar me. Zijn ogen vliegen bliksemsnel naar de hemel en
terug. Een man in berusting.
Alle tijd.

opgieting

Vroegûh…

Tags

, , , , , ,

‘Wat roepten ze nou net om?’
De jongen in de trein naast me kijkt me vragend aan.
‘Riepen,’ verbeter ik hem automatisch. ‘Wat ríepen ze nu net om?’
Ik lach en zeg dan snel: ‘Sorry, ik kan er niets aan doen dat ik je verbeter. Dat gebeurt automatisch.’
‘Geeft niet,’ grijnst hij goeiig. ‘Ik vergeet het gewoon altijd. En als niemand mij ooit verbetert, dan kan ik het ook niet weten. Toch?’
De rest van de reis houdt hij niet meer op met ratelen en regelmatig corrigeer ik zijn fouten, die hij dan braaf in de nieuwe vorm herhaalt.

Een dag later zitten mijn lief en ik in de auto.
We rijden achter een zwarte golf die plotseling op de rem gaat staan. Zonder waarschuwing slaat hij met piepende banden rechtsaf en stuift de woonwijk in.
Met 70 km per uur.
Lief foetert en moppert.
‘Ik snap er niks van!’ roept hij. ‘Hoe kan je nu toch links of rechts afslaan zonder je richting aan te geven? Ik kán dat niet eens! Gebeurt zo automatisch!’
Daar moet ik even over nadenken.
Het is mij inderdaad ook al eens opgevallen dat steeds meer verkeersdeelnemers hun richtingaanwijzer niet gebruiken. Hoe zou dat toch komen?
Misschien dat die snelle lessen van tegenwoordig wel de oorzaak van dit soort dingen zijn? Er slijt gewoon geen automatisme meer in.
Toen ik 25 jaar geleden mijn rijbewijs haalde, ging je minstens 18 tot 20 lessen volgen van anderhalf uur. Oefenen, oefenen en nog eens oefenen. Totdat het een gewoonte was geworden. Een gewoonte die je bijna niet meer kon vergeten. Spiegels kijken, gordels om doen, richtingaanwijzer aan bij het afslaan. Je dééd het gewoon, omdat je het 1000 keer zo had gedaan.
Tegenwoordig gaan ze 10 dagen op cursus.
Tien dagen. En dan gaan ze de weg op. Zonder de ingesleten gewoonten.
Tsja.

Als ik diezelfde middag ook nog twee vragenlijsten van onze stagiaires die ik op mijn werk begeleid onder ogen krijg, begint langzaam het besef te komen dat ik een oud wijf aan het worden ben. Het mens dat ik vroeger verafschuwde. Waarbij ik vol walging riep: ‘Jeetje, wat ben jíj ouderwets zeg. We leven in het NU en niet in het TOEN, ja?!’
Toch kan ik er niets aan doen.
Met potlood schrijf ik achter de vragen Wat is je naam? Wat is u leeftijd?: ‘Ik zou ‘u’ veranderen in ‘uw’ en bij alle vragen dezelfde persoonsvorm gebruiken!’
Ze snapten me niet.

*zucht*
Vroegûh…

school

*oeps*

Tags

, , , , , ,

‘Zou dit iets voor mij zijn, denk je?’
Ik stuur een kort mailtje met de vraag naar mijn leidinggevende. Bijgesloten een link met hetgeen waar ik op doel.
Binnen tien minuten heb ik een reactie terug van haar.
‘Doen! Zeker iets voor jou. Mijn zege heb je, dat ene (of twee) uurtje(s) per week kan prima gecombineerd worden met je huidige werkzaamheden.’
Ik krijg het er warm van en langzaam begint de gloed in mijn lijf te veranderen in een vuurtje.
Dit zou gaaf zijn. Dit zou heel erg gaaf zijn!
Voor de zekerheid lees ik nog een keer de oproep op ons intra-netwerk en begin dan te schrijven. Ik stok. Twijfel. Zucht. Lees het stukje nóg maar eens een keer. Herschrijf het dan. Wis alles en begin weer opnieuw. Ik worstel.
Ik word er wanhopig van.
Normaal gesproken schrijf ik zo makkelijk en nu knoei ik maar wat aan. Het is gewoon té belangrijk voor me.
Elk woord gaat op een weegschaaltje en na een uur heb ik welgeteld drie juiste zinnen op papier gezet.
Het hoofd van mijn leidinggevende verschijnt om de hoek van mijn deur.
‘Gelukt?’
Ik schud driftig mijn hoofd en kijk haar met een verwilderde blik aan.
‘Ik kan het niet,’ zucht ik dan.
‘Natuurlijk kan je het wel,’ zegt ze en sluit de deur een moment. ‘Waarom bel je niet even naar de contactpersoon. Zoiets werkt ook verhelderend. Bovendien is het altijd handig als je naam al een keer gevallen is.’
Ze heeft een punt.
Ik knik.
‘Toe nu maar, ik laat je even alleen.’
Ze trekt de deur achter zich dicht en ik reik naar de telefoon.
Moet ik niet eerst een lijstje met vragen maken? Maar wát voor vragen dan?
Wat gek, ik vertrouw mezelf ineens niet meer in de makkelijke omgang waarover ik me normaal gesproken geen zorgen maak.
Dan toets ik het nummer in en ik ben bijna opgelucht dat ik de voicemail krijg. Uitstel van executie! Ik laat voor de zekerheid toch maar mijn naam en telefoonnummer achter.
Nog geen vijf minuten later gaat de telefoon en val ik onverwacht in het gevreesde telefoongesprek.
Bijna een half uur – en een ontzettend leuk gesprek – later, vliegen mijn vingers over de toetsen van mijn toetsenbord. De woorden buitelen over mijn scherm en mijn handen kunnen mijn gedachten bijna niet bijhouden, zo snel gaat het allemaal in mijn hoofd.
In mijn enthousiasme voeg ik overmoedig toe dat ik eventueel ook erg geïnteresseerd ben in de secretaris-functie, waar met een enkele zin naar verwezen wordt in de oproep.
Dan lees ik de mail nog een keer en druk op ‘send’.
Ik geloof dat ik intern gereageerd heb op een oproep om deel uit te gaan maken van een nieuwe club mensen.
Redactieleden. Creatievelingen. Schrijvers. Mensen die méér willen doen dan alleen maar werken.
Voor één of twee uurtjes per week.
Hobby en passie combineren in mijn huidige baan.
Zou het dan toch mogelijk zijn?

redactie

Aanzoek zonder ringen

Tags

, , , , ,

Een trouwdag zonder feest.
Zonder namen sierlijk gegraveerd in edelmetaal.
Geen bloemen, geen jurk.
Wel een gekerfd hart verstopt in een bos.
Hoog in een boom een houten plankje, met zorg gezaagd en geschaafd.
Namen die geen namen zijn. Een datum belangrijker dan die van de burgerlijke stand. Het engeltje, zorgvuldig in het hoekje geplaatst, houdt de wacht.
In eeuwigheid.
De liefde.
Het was er al wel. Het is er nooit niet geweest.
We wisten het alleen nog niet.
Tot dat moment.
Voor altijd gegraveerd in mijn hart en in dat van mijn lief.

*14 maart 2001*
Ons aanzoek zonder ringen

Leermomentje

Tags

, , , , , ,

‘…ik kan je wel iets verklappen: als je nu nog niet weet wat het gaat worden, terwijl je al bezig bent, kan ik je verzekeren dat het niks wordt ook. Breien doe je meestal meteen patroon namelijk…’

De woorden zingen dagenlang door mijn hoofd.
Een aantal keer bekijk ik geringschattend mijn breiprobeersel en meerdere malen krijg ik de neiging om het – net als al die jaren geleden – plompverloren de prullenbak in te gooien. Ze heeft gelijk. What was I thinking? Een breiwerk zonder patroon is bij voorbaat gedoemd te mislukken natuurlijk.
Ik voel me kleiner en kleiner worden en de stem van mijn voegere handwerkjuf wordt luider en luider. In mijn hoofd. In mijn herinnering. En wij waren niet echt vriendjes, de handwerkjuf en ik…
En toch brei ik stug door. Ik negeer alle stemmetjes, probeer niet teveel aan de verzekering van mijn blogvriendin te denken dat het tóch niets wordt.
Vastbesloten. Vastberaden.
*tik – tik – tik*
Met iedere naald groeit mijn werkje.
Ik lig er zelfs wakker van. Ik probeer in de donkerste uurtjes van de nacht tóch nog een alternatief patroon te bedenken. Want wát als ze nu gelijk heeft? Wat als ik er echt een knoeiwerk van maak? Ik wil niet teleurstellen. Ik wil iets leuks creëren. Er ook plezier aan beleven. Meer niet.

Dan bedenk ik me ineens dat dit breiwerk precies is zoals ik zelf in elkaar zit.
Ik maak niet teveel plannen. Leef mijn leven puur op gevoel. Ik geniet van het nieuwe van iedere dag en vraag me nooit écht af wat ik allemaal moet doen. Die dag, de volgende, of over een week of twee. Tien jaar…
Ik leef.
Ik geniet.
Ik droom.
Ik zorg.
Ik denk.
Ik filosofeer.
Ik fantaseer.
Ik … brei.

Zo is mijn leven. Zo zit ik in elkaar.
En mijn breiwerk? Dat wordt mijn mooiste ooit gemaakt! Iedere avond geniet ik er opnieuw van. Als ik eronder kruip op de bank.
Precies zoals het bedoeld is.
Of niet…
Het maakt niet uit.
Het is ik.

breiwerk2breiwerk1

Kleine meisjes…

Tags

, , , , , , , ,

Eén enkel kaarsje op een grote taart.
‘Mama, ikke soepie…’
- ‘Nee liefje, vandaag ben je jarig. Vandaag eten we taart.’
‘Ikke taatje, mama…’

Drie kaarsjes op een grote taart.
‘Mag ik een Barbietaart voor mijn verjaardag, mama? En een poesje.Toe…??’
- ‘Jij krijgt de mooiste Barbietaart die er is, liefje. Beloofd! Maar een poesje weet ik niet. We hebben Peeweepoes al! Toch?’

Zeven kaarsjes op een grote taart.
‘Ik wil zo graag een Pokémontaart, mama. Mag dat??’
- ‘Maar je bent een meisje! Wil je niet een meisjestaart dan?’
‘Nee. Ik wil een stoere taart. Net als oudste en middelste. Mag dat? Mag dat? Jaaa??’

Elf kaarsjes op een grote taart.
‘Een chocoladetaart! Dat wil ik graag. Zo eentje die liefpapa altijd maakt. Het liefst twee! :-) Ja??’
- ‘Hahaha, als jij dat graag wil… ik vind het goed. Vraag het zelf even aan liefpapa. Misschien kan je meehelpen met het bakken…’

Dertien kaarsjes op een grote taart.
‘Ik hoef geen taart. Ik lust geen taart vandaag! Ik wil alleen maar mijn verjaardag vieren als liefpapa uit Bosnië thuis is. Ik haat zijn uitzending!’
- ‘Ach liefje, we missen hem allemaal. Nog zeven weken, dan is hij er weer. We hebben het al maanden gered. Deze weken kunnen er ook nog wel bij. Kom, dan gaan we blazen…’

Zestien kaarsjes op een grote taart.
‘Nu mag ik alcohol drinken. Zet de taart maar in de koelkast. Die eten we wel als toetje!’

Twintig kaarsjes. Nog geen taart.
Ze is een paar dagen weg met haar lief. Carnaval ontvluchten. Haar verjaardag misschien ook wel.
Mijn meisje. Ooit klein, nu zo groot….

Proficiat liefje! Dikke kus van mama Xx

verjaardag

Ik wil ook..!

Tags

, , , ,

Breien is hip. Breien is in. Net als haken.
Ik zie het bij vriendinnen, mijn schoonmoeder is volop bezig, zelfs in de trein onderweg naar mijn werk zie ik ze gaan.
Tik-tik-tik, naalden die geruststellend tegen elkaar tikken.
‘Het komt wel goed. Het maakt niet uit. Je bent bijna thuis.’ 
Ik verbeeld me dat de pennen dit fluisteren, terwijl ze baan na baan groeien tot iets prachtigs.
Ik kan er met jaloerse blikken naar kijken.
Om de één of andere reden is dit creatief stukje handenarbeid aan mij voorbij gegaan. Of ik heb de rij niet opgemerkt toen dit stukje talent lang geleden werd uitgedeeld. Misschien teveel in beslag genomen door letters, papier, potloden en stiften. Ik heb geen flauw idee.
Feit is nu eenmaal dat mijn brei- haak en borduurwerkjes – die ik heus in de loop van de jaren geprobeerd heb te maken – eigenlijk altijd uitdraaien op iets vreselijks.
Het worden van die gedrochten die proberen op een sjaal te lijken, wanhopige draden die een trui proberen voor te stellen.
Ooit probeerde ik een trui te breien voor mijn eerste liefde. Na maanden van ploeteren was ik het al weken spuugzat en werd het werk regelmatig in een hoek achter de bank gesmeten. Volledig gefrustreerd doordat ik er pas pennen later achterkwam dat ik steken had laten vallen of (ook zoiets geks!) ineens meer steken op mijn pen had staan! Het was echter mijn eer te na om hem niet af te maken. En dus ploeterde ik stug door als ik na een aantal afkoeldagen het arme probeersel weer achter de bank vandaan gevist had.
Het moet gezegd, mijn liefde van toen moest wel erg gek met mij zijn, want een volledige winter heeft hij dapper met het misbaksel rondgelopen, terwijl de panden zichtbaar 10 tot 15 centimeter te kort waren. Ik heb hem uiteindelijk zelf gered door de trui ‘per ongeluk’ een keer veel te heet te wassen. Met goed fatsoen kon hij toen in de kast blijven liggen.
Na nog wat scheve kindertruitjes (‘Goh, wat… ehhh…. artistiek,’ zei de buurvrouw voorzichtig toen oudste met zo’n truitje in de tuin liep), te korte sjaals en half afgebreide dekentjes besloot ik jaren geleden dat ik me ver moest houden van alles wat met naald en draad te maken had.
Tot afgelopen week.
Toen trapte ik er weer in.
Ineens stonden er een kleine 80 steken op een dikke naald.
Wat ik ga breien weet ik nog niet. Net zo min als hoe lang deze manie nu weer duren gaat. Ik heb ook met mezelf afgesproken dat het maaksel voor mezelf is. Ik zal anderen sparen.
Ik kan er gewoon niks aan doen, maar er klinkt gewoon te hard een stemmetje in mijn binnenste: Iets moois breien?
Ik wil ook!

breien

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 659 andere volgers